STOIES DAGBOEK

Rjims Blog

[naar lopende maand]


31 december 2006

Is stoïcisme een noodzakelijke voorwaarde voor geluk? En een voldoende voorwaarde? Tja, wat is geluk? Het is wel een noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor duurzaam prettigvoelen, lijkt mij. Kortstondig, euforisch 'geluk' is natuurlijk op geheel onstoïsche wijze mogelijk. Maar is dat echt geluk? Beoordeel dat zelf. Beoordeel trouwens alles zelf!

30 december 2006

'Ach,' verzuchtte Seneca, 'hoeveel goed zou het menigeen doen er eens uit te zijn: niet uit hun omgeving, maar uit zichzelf.'

Elke handeling zou zinloos zijn als de wereld niet te veranderen was. Zo zou ook elk nadenken over mijn eigen gevoelens en gedachten zinloos zijn als ik er geen invloed op zou kunnen hebben. Veel dieren kunnen in de meeste situaties op hun aangeboren reacties vertrouwen. Dat is handig, zolang die reacties bruikbare antwoorden geven, maar aangeboren reacties zijn niet te veranderen. Het sociale leven van mensapen en mensen is hiervoor veel te ingewikkeld, en deze dieren leren dan ook voor een groot deel door na te denken over en te leren van hun ervaringen.

27 december 2006

In zijn boek 'De aap in ons' schrijft Frans de Waal dat kinderen reeds op hun tweede een onderscheid maken tussen morele principes ('niet stelen') en culturele normen. Ze beseffen dat ze door de principes te verwaarlozen anderen benadelen, terwijl ze door zich niet aan normen te houden slechts tegen de verwachtingen in gaan.
Dus wat een kind van twee al aanvoelt moeten bepaalde hier niet met name genoemde ministers nog leren. U zeggen en met twee woorden spreken, nette kleren, en andere soorten fatsoen, zijn ze niet volstrekt onnodig en belachelijk, dan toch in ieder geval zeer betrekkelijk. Niet de (schoonbesokte) voeten op de bank in de trein? Diogenes zou in een deuk liggen. Moet iedereen dan maar openlijk neuspeuterend door het leven gaan? Ik ben daar niet voor! Maar ik vind dat soort zaken van een geheel andere orde dan de vraag hoe we zo snel mogelijk kunnen zorgen dat niemand op deze wereld hoeft om te komen van de honger. Want dat kan. Zorgen dat niemand dagen en nachtenlang in angst hoeft te zitten. Angst voor geweld, dat er niet zou hoeven zijn.
Geweld dat er niet was als volwassenen (m/m/m/m/m/m/v) zich eens zouden houden aan morele principes die een kind van twee al begrijpt.

22 december 2006

Je loopt door de stad, nou ja lopen, zigzaggen is het eerder. Je baant je een weg door een stroperige stroom van mensen. Het is alsof ze allemaal haast hebben, en het is tegelijk alsof ze traag zijn en sloom, alsof er niets beters te verzinnen is dan net op dat moment daar te lopen. Vlak voor jouw voeten.
Ach natuurlijk, 't is de vrijdag voor de kerstdagen, een van de laatste kansen voorlopig om te kopen, en dan moet er flink ingeslagen worden. De winkels spelen er aardig op in. Bij een grote boekwinkel ga je naar binnen. Er zijn zeven (7!) kassa's en nog staan de mensen in lange rijen te wachten.
Jij doet hier niet aan mee.
Jij bent een filosoof.
Jij daalt af naar de filosofenafdeling. Daar dwaal je rond. Je neust en snuffelt. Je watertandt. Je schrijft een titel op. Je loopt weer naar boven.
Je kijkt nog even. Een tafel met boeken die door de boekwinkel als cadeauboek worden aangeraden. Hier trap jij natuurlijk niet in.
Maar wat doe je dan even later in die rij voor de zevende (de 7de!) kassa? Tussen de andere mensen met hun stapels boeken? En waarom is nog wat later die tas zo zwaar?

21 december 2006

Ze wilde een pakketje in de brievenbus doen, maar de bus-opening bleek uit voorzorg tot een kier verengd. Dus liep ze terug naar huis om haar fiets te halen teneinde naar het dichtstbijzijnde postkantoor te fietsen. Fietsen? Niks hoor. Lekke band. Ze liep naar boven om bandeplakspullen te halen. Uit een andere kamer werd geroepen: 'kan je even helpen?' Ja hoor. Jas uit. Probleem helpen oplossen. Jas weer aan. Band plakken en op weg. Op weg waarheen? Naar het stoïcisme natuurlijk. Het duurde nog even voordat ze daar aankwam. Het postkantoor haalde ze wel, maar dat bleek net gesloten. Niet erg; ze was toch vergeten het pakketje mee te nemen.

20 december 2006

Stel dat er een pil bestond waarvan je gelukkig werd. Ik zou die pil niet hoeven. Niet willen. Voor geen goud! (Robert Nozick verzon dit gedachtenexperiment.) Veel mensen slikken en prikken wel in de hoop zich prettig te gaan voelen, maar gelukkig word je daar niet van. De pret heet roes en is slechts tijdelijk. Nare dromen en katterig wakker worden zijn het vervolg.
Naar geluk streven heeft iets hopeloos. Iets passiefs, consumptiefs. Ik wil graag lekker bezig zijn met dingen die ik interessant, zinnig, leuk, lekker of belangrijk vind.
Geluk is een kadootje. Iets om simpelweg blij mee te zijn, niet iets om je druk over te maken.

19 december 2006

Kun je dan bijvoorbeeld gelukkig zijn als je het ontzettend koud hebt of als je erg hongerig bent? Ja, volgens de stoïcijnen, want je kunt binnen elke omstandigheid keuzes maken, goede keuzes en dat is waar het bij de Stoa om gaat.
Wat is dat voor een geluk, ik hoef dat niet, zou een hedonist kunnen zeggen. Zet mij maar lekker met een happie en een slokkie bij het haardvuur. En dan, met mijn sloffen aan, lekker philosopheren!
Maar de stoïcijn filosofeert ook los van het knusse haardvuur.

18 december 2006

Als rijkdom, eer en gezondheid (zoals het stoïcijnen betaamt) geen doelen zijn, dan kan iemand zich al bijna niet meer egoïstisch opstellen. Diegene laat zich in dat geval niet leiden door vrees voor eigen leed of zucht naar eigen genot. Maar wat is dan het motief voor het handelen? De 'deugd'...

18 december 2006

Deugd vond ik een braaf woord. Ik was liever een deugniet. Maar ook dat deugt niet. Bij de stoïcijnen betekent deugd niets braafs maar gewoon kwaliteit. Maak er wat van, maak er wat moois van.
Deze deugd valt samen met geluk.

17 december 2006

Moderne stoïcijnen zijn er natuurlijk in allerlei soorten en maten. Mensen die zelf het roer van hun leven in handen nemen, die via het denken aktief ingrijpen. Ingrijpen waarin? In hun allerminst heilig gevonden gevoelens. Gedachten kun je sturen. Je hebt ze soms voordat je het weet, met bijbehorend al dan niet heftig gevoel. Je kunt ze overdenken, opnieuw denken, andere dingen denken.
Moderne stoïcijnen proberen overal het beste van te maken. Waarbij ze zichzelf niet los zien van het geheel.

12 december 2006

'Bijna iedereen kon omvallen' is de titel van een van Toon Tellegens verhalenbundels. In die prachtige verhalen over dieren wordt niet gestorven, toch ademen ze een sfeer van kwetsbaarheid. Het is juist die kwetsbaarheid die de dieren bij elkaar herkennen; ze steunen elkaar, ze helpen elkaar. Nou ja. Soms even niet. Niebeest is ideaal.
In het echte leven reed ik vandaag in de trein langs kale natte wegen en langs gebouwen die de menselijke maat te boven gingen. Het was donker. Ik ging om een laatste groet te brengen aan een lief mens. Dat zij er ineens niet meer is, en al die kille kale gebouwen wel, die obstakels in het verdwenen landschap, met hun verspillende verlichting, symbolen van de graai-economie, waar zij oprecht tegen streed, dat is... onbegrijpelijk. In het echte leven kan iedereen 'omvallen'.
Maar ook. Iedereen die leeft kan elkaar steunen. Kan omhelzen. Kan doorleven, zo mooi als mogelijk is.