STOIES DAGBOEK

Rjims Blog

[naar lopende maand]


12 juli 2006

Het verleden is weg. Weg zijn alle woeste en fijne klanken die je speelde op de basklarinet, op piano, op fluit. Weg alle muziek, 'gone in the air' zoals Eric Dolphy al zei. Weg zijn zoveel mooie gebeurtenissen, vergankelijk zijn zelfs de boeken en kwetsbaar de digitale woorden. Eens zal alles anders zijn, eens wordt de zon te heet, eens... En ook mensen veranderen, al merk je het vaak niet meteen. De vriendin of vriend van vandaag is een andere dan die van gisteren, die van vorig jaar. En soms is ook de vriendschap voorbij, maar het kan evengoed dat deze groter wordt. En de vogels lijken dezelfde maar het zijn de kinderen van de vorige vogels, of de nichten en neven, of ze komen heel ergens anders vandaan.
In het volle dagelijks leven lijkt het zo gewoon om bij elkaar te zijn, en zo vreemd is het als dat gewone wegvalt. Dat gewone dat niet gewoon is.

10 juli 2006

De vrije wil bestaat niet. Stond laatst zelfs in de krant. Wisten de stoïcijnen al lang. Alles komt namelijk ergens door, en als je maar ver genoeg doorredeneert dan kom je al snel uit bij de tijd voordat je geboren was. Toen was je er nog niet. Maar de oorzaken waren er wel, de voorouders van de oorzaken van nu, en ook jij lag al vast in de toekomst maar niemand wist dat. En wat niemand weet, kan je daarvan dan wel zeggen dat het vast ligt?
Mensen die geloven in een vrije wil geloven meestal ook in zieltjes. Zieltjes die er al zijn voor wezens als mens (dier? plant?) geboren worden. En die na de dood blijven bestaan -- daar is het vooral om te doen (misschien). Bij de stoïcijnen was de ziel materieel, dus gebonden aan oorzaak en gevolg. Blijft lastige materie, want vrijheid ervaar je wel, maar dit is niets anders dan het ervaren van besluiteloosheid, en ook die besluiteloosheid is een gevolg van alles wat eraan vooraf ging.

9 juli 2006

'Hee, hoi. (...) Goed -- nou nee eigenlijk niet zo goed. Het is alsof ik het nooit goed doe. Doorlopend voel ik mij schuldig. (...) Ja, weet ik, dat weet ik allemaal, maar het lukt me niet dat toe te passen. Ik blijf me schuldig voelen. (...) Nou gewoon -- ik doe het gewoon nooit goed. Wat ik ook doe. Voor anderen -- ik doe te weinig voor anderen. (...) Ja, dat weet ik wel, maar dat is maar één iemand, er zijn toch meer mensen... (...) Die mijn hulp nodig hebben. (...) Ja, maar dat telt niet want dat vind ik gewoon leuk. (...) Omdat het met mij goed gaat, en met anderen minder. (...) Eh, ja het ging goed, totdat ik me zo schuldig ging voelen. (...) Hoezo calvinistisch? (...) Ach, ik weet het toch! Ik weet alles. Die hele Stoa-theorie, en toch... (...) Nou moet je ophouden. Lach me niet zo uit. Voel jij je nu niet schuldig omdat je me zo tergt? (...) Hoezo doe ik dat zelf? Doe ik alles zelf? (...) Ja dat weet ik toch allemaal wel. Lamenoueffe. Laat me nou gewoon even lekker zeuren! Wees blij dat ik me daarvoor niet schaam! En hoe is het eigenlijk met jou? (...) Maak je je daar druk om? Kan je toch stoies over zijn? (...) Nee? (...) Echt niet?'

5 juli 2006

'Tis warm.'
'Indifferent.'
'Ja zeg!'
'Nou?'
'Dan kan alles wel indifferent wezen.'
'Niet alles. Wat je zelf doet en denkt niet.'
'Dat kan ik namelijk zelf.'
'Dat kan je namelijk zelf, ja.'
'Ik kan zelf wat aan die warmte doen -- o ja? Kan ik zelf wat aan die warmte doen? Volgens mij kan ik helemaal niks aan die warmte doen!'
'Aan het denken over de warmte. Je kunt proberen die als indifferent te zien, ja. En vervolgens iets anders gaan doen. Want zeggen: het is warm, en nog eens dit zeggen, en nog eens dat zeggen, en vervolgens eens puffen en nog eens puffen. Daarmee verander je niets aan de warmte, je verandert alleen maar jezelf. Je verandert jezelf namelijk in een kleinzerige zeurpiet. Ga liever iets doen!'
'Maar of ik iets doe of niet, dat is toch indifferent?'
'Hoezo.'
'Voor jou.'
'O. Ja inderdaad. Ja hoor. Tlaat mij koud.'
'En of ik wel of niet tegen jou aan zeur. Dat is toch ook indifferent?'
'Ja hoor. Inderdaad. Laat me ook koud. Volstrekt. Geheel en al. En weet je wat ook koud is? Lekker koud, denk ik?'
'Koud, lekker koud? Is dat dan niet indif...'
'Zie je dat water daar?'
'Natuurlijk zie ik dat. Maar is dat niet erg indiff...'
'Daarin gaan wij samen een duik nemen!'
'Maar...'
'En wel nu meteen!'
'Maar zou dat niet... ehh... te koud zijn?'

(Er volgt een plons, kort daarop nog een. Kraaien van pret, als kinderen.)

4 juli 2006

'Stoies' is stoïcijns maar dan misschien anders. In elk geval; op jouw manier. En niet op die van... sst! Bederf dit stukje nu niet! (Lees het stukje van 3 juli als je het niet laten kunt.)

3 juli 2006

In de trein ligt een oude Spits. Soort Telegraaf maar dan gratis. Meestal lees je het niet maar nu valt je oog op -- verdorie, wat staat daar nu! Onzin, echt regelrechte onzin. Net als het woord 'anarchie', ook dat wordt te pas en dus meestal te onpas gebruikt. Anarchie in de zin van chaos, en erger nog, vaak in de zin van moord en doodslag. Terwijl anarchie orde is; ga maar na, anarchie betekent 'zonder heersschappij'. Dus geen autoritaire staat, geen heerschappij van het geld of van de rijken, en ook geen heerschappij tussen individuen. Als echt niemand op geen enkel moment een ander overheerst moet er wel orde ontstaan. Maar nu dus dit, iets heel anders, maar ook zo'n woord dat te pas en dus meestal te onpas gebruikt wordt: 'Stoïcijnse Verdonk geeft niet snel op.' Stoïcijns in de zin van hardleers, bord voor kop, ongevoelig, bot. Ze gaat haar gang, ja. Ze doet wat ze wil en ze wil een asociaal beleid. Het tegendeel van het stoïsche kosmopolitisme, voor een wereld zonder grenzen waar ieder mens de ander als gelijke ziet.
Dit is, dit is misselijkmakend -- gelukkig -- ha!
Hee!
Gelukkig ben je stoies.

1 juli 2006

Waarom doet de Stoa zo haar best het 'lijden' uit te schakelen? Omdat lijden erg is? Nee omdat achter de gevoelens waarvan je gaat lijden 'onjuiste' oordelen zitten.
De skeptici hadden (hebben) hier moeite mee: hoe weten die stoïcijnen zo precies wat juiste en wat onjuiste oordelen zijn? Omdat ze zich van de onjuiste onprettig gaan voelen?
Die redenering draait lekker rond.