STOIES DAGBOEK

Rjims Blog

[naar lopende maand]


21 augustus 2007

Even een blogpauze. Zomerstop? Nee, juist op volle toeren draaien: eindelijk moet dat vermaledijde Stoaboek af... Waar ik al zoveel jaren mee bezig ben. O, als het toch eens af was. Wat een zucht van verlichting zal ik slaken. En wat zal ik het schrijven (aan dat boek) dan missen.
En wat heb ik dan weinig geleerd van mijn eigen boek!

19 juli 2007

Epikouros: 'Mensen, leef het goede leven en maak je niet druk, maak het je niet zo moeilijk.'
Zenoon: 'Wat je zegt: je niet druk maken, inderdaad. Streven naar het goede gaat echter niet vanzelf.'
Epikouros: 'Dat klopt, dat moet geleerd worden. Daarvoor heb ik mijn filosofie bedacht. Helemaal zelf bedacht hoor!'
Zenoon: 'Ik dacht anders dat je veel van Demokritos had overgenomen...'
Epikouros: 'Hm. We hadden het over geluk! Geluk valt te leren, en valt samen met het goede.'
Zenoon: 'Over vallen gesproken. Geluk valt samen met het goede, dat ben ik met je eens. Maar mij valt op dat het nog niet meevalt te leren wat goed is en nog moeilijker is het om daar ook echt consequent naar te streven. Ik althans zou geen enkele wijze op kunnen noemen, alleen -- misschien -- Sokrates. Maar ikzelf niet en geen enkele leerling van me...'
Epikouros: 'Je vergeet mij.'
Zenoon: 'Maar jij bent geen stoïcijn, jij bent een hedonist, die zijn per definitie onwijs!'
Epikouros: 'Je hebt gelijk dat jij niet wijs bent, anders zou je zoiets niet zeggen. Ja ik ben een hedonist want ik zeg: het goede valt samen met het geluk, en deze twee vallen samen met genot. Daar is geen verschil tussen. Genot is het goede en pijn is het kwade. Allemaal heel simpel, voor iedereen te leren. Geluk valt samen met 'het goede' en het goede is gewoon het goede leven, dus genot. Geniet ervan!'
Zenoon: 'Genieten is fijn hoor, maar het heeft geen enkele ethische waarde. Dat kan je zo aantonen: ook van slechte dingen kunnen bepaalde mensen op bepaalde momenten genieten.'
Epikouros: 'Dat is dan geen echt genieten. Dat is kortstondig genot, en dat zal gevolgd worden door pijn. Daarom zeg ik ook altijd dat mensen wel na moeten denken en dingen afwegen. Zenoon, wat doe je nu? Eet je nu al die vijgen achter elkaar op? Dan heb je straks buikpijn. Kijk dat is meteen een goed voorbeeld van wat ik bedoel. Soms is het dus verstandig genot uit te stellen, niet toe te geven aan je opwellingen. En soms is het verstandig om even pijn te lijden, omdat je daarna meer zult kunnen genieten. Dat vertel ik mijn leerlingen er allemaal bij. Maar genieten blijft het doel. Verder is er niets van waarde in dit heelal.'
Zenoon: 'Dat blijf ik toch een beperkte zienswijze vinden. Natuurlijk kiest een wijze als het even kan voor het prettigste. Maar dan en alleen dan wanneer dat niet ten koste gaat van het ethisch goede.'
Epikouros: 'Dat vind ik vaag: het ethisch goede. Wat kan dat zijn als dat niets met prettig -- ook niet met prettig op de lange termijn -- te maken mag hebben?'
Zenoon: 'Het is de invalshoek. We streven allemaal naar geluk, en volgens mij, volgens ons, is geluk iets anders dan genot. Jij maakt genot tot iets heel breeds, iets heel abstracts, maar wie doet dat verder? Het zou best kunnen dat jouw ultra-lange-termijn-genot bijna samenvalt met mijn stoïsch geluk. Maar je leerlingen zullen het al makkelijker opnemen. Genot, ha, lekker, doen waar je zin in hebt enzo. En dan gaan ze de fout in en strooien ze slechtheid en dus ongeluk rond.'
Epikouros: 'Jouw invalshoek zint me juist niet. Zo blijf je half-religieus redeneren, alsof het slechte iets anders is dan de pijn die we onszelf en anderen aandoen.'
Pyrrhoon: 'En daarom dus vrienden, ben en blijf ik er voor om ons oordeel op te schorten.'

17 juli 2007

Wat is geluk? Iemand zei hou toch op over dat geluk, ik ben helemaal niet uit op geluk. O nee vroeg een ander op wat dan wel? Ik wil gewoon lekker bezig zijn zei de eerste spreekster. Maar dan, zei de tweede, is dat blijkbaar geluk, want geluk is datgene wat je wilt. De eerste viel even stil. Die stilte werd opgevuld door de derde spreekster. Die zei: dat hangt af van je definitie. Definitie? Ja, je definitie van geluk. Gelukkig zijn, zei de vierde, kan kort of lang duren. Kort geluk moet heftig zijn, anders noem je het geen geluk. (Nee dat is dus geen geluk, bromde de eerste spreekster, dat is verrukking of verdwazing, dat is kortom vragen om moeilijkheden.) Het korte heftige geluk is iets heerlijks, ging de vierde door. Ik zou het voor geen goud willen missen. (Geluk is dus niet 'goud hebben', mompelde de tweede spreekster. Hm, mompelde de derde, volgens mij kan ik dat soort geluk missen als goud.) Het langdurende geluk, vervolgde de vierde spreekster, is eigenlijk meer een soort tevredenheid, gemoedsrust. Niks voor mij; geef mij maar wat turbulentie in mijn leven. (Dan is voor haar, dacht de vijfde, die nog niet gesproken had, turbulentie de omschrijving van langdurend geluk. Voor een ander is het juist gemoedsrust. Is het mogelijk in de huid van een ander te kruipen en te beoordelen wat het meest fijne geluk is? Kan het dat het voor iedereen verschillend is?) Wat is geluk? vroeg de eerste spreekster. En toen viel het gesprek voor langere tijd stil.

10 juli 2007

Ben ik stoies of stoïsch, dat is de kwestie. Of is de kwestie nog anders, ben ik een stoïcijn of een konijn. Of zoiets.
De oplettende lezer (v/m) heeft gemerkt dat een paar dagen lang het Stoies Dagboek Stoïsch Dagboek heeft geheten. Voor een stoïcijn een geheel indifferente kwestie. Veel interessanter is dat ik een boek van Tad Brennan aan het lezen ben: The Stoic live. Zoals hij het beschrijft waren de stoïcijnen eigenlijk al bijna skeptisch. De skepten gingen zo fel tegen de stoïci in, juist omdat ze een heel eind dezelfde redenering volgden.

6 juli 2007

Je karakter kun je zelf vormen zij het met moeite, met erg veel oefening, erg veel geduld. En je moet weten waar je heen wilt anders, ja anders vormt het zich grillig alle kanten uit, van niets een beetje van alles veel, dodekop, warboel, een kluwen zonder rode draad.
Maar hoe heb jij jezelf dan vormgegeven? Was je vroeger al niet grotendeels dezelfde? Wil misschien iedereen doorgaan in de lijn waarin zhij -- toevallig?! -- begonnen is? Is er wel iets nieuws mogelijk onder de zon? Als toch alles deterministisch in elkaar zit?
Uit A volgt B en niet C.
Omdat Dat Nu Eenmaal Zo Is.
Uit C volgt D, uit D E.
Zo is de natuur.
Zo is het heelal.
We kunnen hoogspringen. We kunnen laagspringen. Of. Helemaal niet springen. We kunnen lui liggen. Niets doen. Niets doen omdat toch alles immers vast ligt. (En dan doen we niets, en dan ineens hebben we zin om te springen. Maar we doen het niet. Want we hebben immers een vrije wil.
En dat moeten we toch op de een of andere manier bewijzen.)

26 juni 2007

Gewoon doorgaan je best doen en blijven leren ook van anderen die niets van jou zeggen te willen leren. Plezier in het leven blijven houden ook al houden anderen afstand omdat je zo serieus bent en alles goed wilt doen. 'Alles goed willen doen? Hoe haal je het in je hoofd. Het goed willen hebben, daar gaat het toch om? En gaat dat samen?' Ja zeg je. Maar je geeft volmondig toe, soms lijkt het van niet. Soms lukt het je niet het zo te zien. Omstandigheden, dus ook de reacties van andere mensen, heb ik niet in de hand. Het hebben heb je niet in de hand, soms heb je mazzel, soms pech. Het zijn kan je voortdurend vorm geven.

19 juni 2007

Doen wat je eigenlijk het belangrijste vindt. Hoe vaak doe je dat? Je vindt het niet moeilijk om bepaalde dingen niet te doen. Niet te doen omdat die dingen slecht zijn voor mensen, voor dieren, voor de wereld. Je rijdt geen paard, geen auto, vliegt geen vliegtuig, voor jou geen televisie geen ijskast geen kaas. Dat is allemaal geen enkel probleem. 'Je ontzegt jezelf zoveel!' 'O ja? Dat zou alleen zo zijn wanneer ik plezier in die dingen zou kunnen hebben. Maar ik kan geen plezier hebben in het doden van dieren, in het vervuilen van de wereld, in het benadelen van andere mensen, want al die dingen zouden ook mijzelf benadelen.'
Hoeveel moeilijker is het blijkbaar om iets wel te doen. Wel een boek te schrijven, en daarmee door te zetten, door te zetten, door te zetten, een boek waarvan je denkt dat het kan helpen bij het bouwen aan een betere wereld. Wel die dingen doen waarvan je denkt dat ze het beste zijn, ook voor je eigen geluk, uiteindelijk. Niet steeds weer al die verleidelijke zijpaden inslaan. Elke dag. Steeds weer. En daarna vaststellen 'nee, het boek is nog niet af', keer op keer.

18 juni 2007

'Wat mensen doen en niet doen komt vaak voort uit niet-verwezenlijkte behoeften' (zie 6 juni) dat is denk ik wel zo maar wat de Stoa juist benadrukt is dat behoeften niet heilig zijn. Je behoeften doen nee haha die al helemaal niet, maar ook andere behoeften niet. Eigenlijk is natuurlijk niets heilig, of alles, of beter nog heilig bestaat helemaal niet. Maar behoeften, wensen, verlangens zijn in elk geval betrekkelijk. Het redeneren vanuit behoeften maakt die behoeften te belangrijk, te noodzakelijk (ha dat kan natuurijk niet), het zet ze op een voetstuk. Toch is het in de communicatie denk ik wel verstandig om te kijken vanuit welk verlangen iemens redeneert of acteert. Inzicht in de wensen van een ander maakt dat ik die ander beter begrijp, kan plaatsen, kan helpen, dat ik misschien beter met die ander kan samenwerken.
Maar samenwerken is moeilijk. Hoe vaak haken wij bij elkaar af.

14 juni 2007

'Ik zou graag wat willen doen, iets willen bijdragen, me nuttig maken.' 'Dat is mooi, dat kan toch?' 'Het blijkt moeilijker te zijn dan ik dacht.' 'Hoezo?' 'Veel dingen zijn bij nader inzien niet echt nuttig, niet mooi, maken niet blij, enzovoort.' 'Wat wil je dan zo graag? Erkenning van anderen, dat je nuttig bezig bent?' 'Nee, erkenning hoeft niet.' 'Waardering?' 'Nee, nee...' 'Roem misschien.' 'Al helemaal niet!' 'Echt niet?' 'Nee..., nee echt niet.' 'Wat ik wil is... effect. Voetstappen achterlaten!' 'Zodat iedereen weet dat jij hier was, en dat jij je best deed om...' 'Dat is dus toch weer erkenning zoeken.' 'Dat lijkt me ook!' 'Toch wil ik...'
'Misschien wil je gewoon fijn samen met anderen leven.' 'Ja.' 'En misschien vergeet je dat te vaak.' 'Misschien.' 'Misschien ben je te vaak bezig met grootse plannen.' 'Grootse plannen, die maar niet van de grond komen.' 'Terwijl ondertussen de wereld doorraast.' 'Ja, dat zou ik nu juist willen tegenhouden. STOP! STOP! roepen en tegelijkertijd heb ik zelf ook haast want lijkt het overal te laat voor.' 'Maar niet voor het inzicht.' 'Het inzicht in wat?' 'In dat je je goed kunt voelen door dingen te doen waar je achter kunt staan, die volgens jou nuttig zijn, die iets bijdragen.' 'Dat is mooi, dat kan, toch.'
'Altijd! Toch?!'

14 juni 2007

Even los van dit alles de opmerking dat ik van dat 'Werkboek Geweldloze Communicatie' toch een beetje iebel word. Ik denk niet dat ik geschikt ben voor het aanleren van een communicatiemethode. Het is mij te formeel. Ik krijg er al snel de kriebels van. Volgens mij is dat helemaal niet de bedoeling van Marshall Rosenberg, die deze methode, lijkt mij, heeft ontwikkeld voor mensen die met elkaar in een uitzichtloos conflict beland zijn. Ik kan nog steeds heel veel leren van zijn hints en ervaringen. Maar wat ik schreef over 'naadloos aansluiten bij anarchisme' slaat op een groot deel van de inhoud, maar niet op de methode! De stoïcijnen deden daar voor zover ik weet niet aan, aan methodiek. Ja, ik zal proberen zorgvuldig te communiceren, maar wel (nee: en dus!) op mijn eigen manier.

6 juni 2007

In het 'Werkboek Geweldloze Communicatie' (door Lucie Leu) staat dat je door geweldloze communicatie leert inzien dat 1. wat mensen doen, en ik voeg toe hóe mensen doen, vaak voortkomt uit niet-verwezenlijkte behoeften, dat het 2. voor iedereen beter is als we door samenwerking in plaats van wedijver onze behoeften verwezenlijken, en dat 3. mensen van nature graag aan het welzijn van anderen bijdragen, mits ze daartoe niet worden gedwongen. Dat sluit naadloos aan bij anarchisme: 'nemen naar behoefte, geven naar vermogen', samenwerking, de wederzijdse hulp van Kropotkin, een samenleving zonder heerschappij en dwang.
Er zijn wel wat dingetjes die anarchisten zouden moeten (ho! moeten is fout, en ho! fout is ook verkeerd! want beschuldigen is inadequaat, contraproductief, dat wil zeggen, het werkt niet èn het maakt niet gelukkig) ... zouden móeten leren (ja, hé, ho, ik bedoel hier natuurlijk moeten in strikt logische zin). Een van die dingen: niet beschuldigen, inzien dat hoe iedereen is komt door wat iedereen daarvoor meegemaakt heeft. Zoals ook Martha Nussbaum stelt: de basisbehoeftes van mensen van overal zijn hetzelfde. Dus zouden we ons gemakkelijk in elkaar moeten(!) kunnen inleven. Dus zouden we gemakkelijk rekening kunnen houden met ieders behoeften. Zonder zelf benadeeld te worden -- want alle anderen houden ook rekening met mij.
Waardoor gaat het mis? Anarchisten zullen zeggen: doordat er mensen zijn die zonodig macht willen uitoefenen, mensen zijn die zonodig rijk willen worden over de hoofden van -- maar zijn die mensen echt zo gelukkig, leven ze volgens hun diepste behoeftes?
Volgens Marshall Rosenberg (zie 24 mei) is het grootste probleem dat mensen vervreemd zijn geraakt van hun eigenlijke behoeftes. Ze weten niet meer goed wat hun echte behoeftes zijn. En als ze het wel weten vertellen ze die vaak niet rechtstreeks aan elkaar. Durven ze dat niet. Ze uiten zich indirect, vergeten als ze het al wisten ook zelf wat ze nu eigenlijk willen, en zo ontstaan de vele vele misverstanden.
Zou het dan toch kunnen? Een mooie wereld?
En die nadruk op behoeften, is dat wel stoïsch? Hier ligt een interessant gebied om uit te werken. Over veel 'behoeftes' zouden stoïcijnen zeggen dat ze niet noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld de behoefte aan erkenning, aan waardering, aan warmte, liefde.
Stoïcijnen leggen de nadruk op het geven, zelf vriendschap uitdelen, niet passief zitten wachten totdat je het krijgt.
(Wordt -- ooit -- vervolgd.)

3 juni 2007

Ooit las ik van René Diekstra 'Persoonlijk onderhoud, zakboek voor zelfanalyse'. Ik heb daarvan nog wat aantekeningen. Ik lees hier bijvoorbeeld: 'Veel mensen hebben onbewust het naïeve idee dat de wereld uiteindelijk rechtvaardig is. Daardoor wordt er vaak vreemd gereageerd op iemens met een meer dan gemiddelde hoeveelheid pech. Bijvoorbeeld dat diegene er zelf wel medeschuldig aan zal zijn. Of mensen gaan zich schuldig voelen naar die persoon toe. Maar er is natuurlijk geen eerlijke verdeling van ellende.' (Helaas, ik weet niet meer of ik dit nu zelf heb bedacht of dat ik het van meneer Diekstra heb overgeschreven...)

24 mei 2007

Geweldloze communicatie, een mooie term! Hoezo? Communiceer ik dan gewelddadig?!

Ja, nee, soms... Niet alleen jij, niet alleen ik. Bijna iedereen. Het gaat hier niet om fysiek maar om 'passief' geweld. Woorden kunnen fysiek niet kwetsen, maar kunnen wel de aanleiding vormen voor gekwetsheid bij sommigen, dat wil zeggen, bij bijna iedereen. Behalve bij de echte stoïcijnen, èn... bij de echte geweldloos communicerenden. Voor de handigheid, voor de goede gang van zaken in deze wereld, en bovendien voor de aardigheid, kun je er maar beter niet van uit gaan dat de ander de wijsheid in pacht heeft. (Evenmin als jij en ik.)
Stel iemand verwijt mij iets. Volgens mij ten onrechte. Wat doe ik dan? Les 1 van de Stoa: gevoelens (dus bijvoorbeeld boosheid, iemand iets verwijten) zijn een gevolg van (eerder) denken. Les 1 van het geweldloos communiceren: achter elke (emotionele) uiting, dus bijvoorbeeld achter een verwijt, zit een behoefte van iemand. Iemand verwijt mij iets, blijkbaar heeft diegene een bepaalde gedachte, blijkbaar heeft diegene een bepaalde behoefte, een wens. Of ik nu van de Stoa uitga of van het geweldloos communiceren, in beide gevallen blijf ik rustig.

Misschien kan ik iets leren van het 'verwijt', dus van de mening van die ander.
Misschien kan ik samen met die ander uitzoeken welke behoefte van die ander onder het verwijt zit.

Stel, ik wil een ander iets verwijten. Dan kan ik het beste even mijn mond houden. Nagaan welke gedachten ik precies heb. Nagaan in welke behoeften of wensen ik die gedachten kan vertalen. Dan die wensen uitspreken.

Als iedereen zo zou gaan proberen op elkaar in te gaan, en nooit meer op elkaar in te hakken, dan was de wereld in 1 klap van heel wat ellende verlost. Ellende waarvan we nu nog zullen moeten toegeven dat die er 'nu eenmaal' is.
Vandaag las ik een uitspraak van een 'realist' die zei dat de kans dat de wereld, dat wil zeggen de mensenwereld, ooit nog eens mooi zou worden 1 op de miljard was. Maar wat zegt dat? De aarde met alles erop en eraan is zelf ook al uitzonderlijk in het heelal! Wat mogelijk is is mogelijk, en iets moois gaan willen is voor iedereen haalbaar...

13 mei 2007

Het 'normale' gevoel van een levend wezen is toch, denk ik, 'zin hebben', 'prettig voelen'. Een soort basis-blijmoedigheid. Noem het levenslust. Epikouros (ook wel Epicurus genoemd, maar waarom zou je een griek verlatijnen) zag dit als het hoogste geluk: geen pijn hebben. Geen pijn hebben: vat het begrip 'pijn' zeer ruim op, en ga na of er iets is dat zeer doet, of er iets is dat je dwars zit. Een beetje dwars of enorm dwars. Meestal is er wel iets, zolang je geen stoïcijnse wijze bent. Geen pijn betekende voor hem: dus genot. Met de anders soorten genot (de actieve soorten zeg maar) moet je volgens hem oppassen. Want die hebben meestal een keerzijde. Van veel snoepen word je dik en misselijk. Misselijkheid komt sneller en gaat sneller over. Dik duurt langer, en kan gevaarlijke gevolgen hebben, als het leven je lief is. Eenvoudig en gezond eten (niet-vies, dus heel erg lekker: olijven, vijgen, vers brood, fris water...) en daarvan heel erg genieten, Epikouros heeft gelijk, dat is het beste!
Toch zijn er volgens mij nog andere extra prettige gevoelens. Bijvoorbeeld je loopt op een grijze dag lekker te wandelen en de zon breekt door. Of je staat ineens oog in oog met een reebokje. Maar over dat soort genietingen hoor je de oude grieken niet vaak. Althans de filosofen. Althans de manlijke filosofen. Laten we Sappho niet vergeten!

8 mei 2007

Als de toekomst er omgevormd tot heden anders uitziet dan je in het verleden had verwacht zou je niet eens verbaasd moeten zijn. Zoals Seneca zijn vriend adviseerde bij alles te zeggen 'ik wist het'. Zo kan jij ook zeggen dat je het wist. Maar je wist juist niet hoe de toekomst er uit zou zien. Wat wist je dan? Je wist dat de kans groot was dat de toekomst anders zou uitpakken dan je ooit dacht, en anders zal uitpakken dan je nu denkt. Ook de skeptici kunnen helpen je niet vast te pinnen op je verwachtingen maar dan heel anders. Die zouden zeggen: om de toekomst te kennen zou een enorme hoeveelheid kennis nodig zijn, kennis die je onmogelijk op tijd kunt vergaren - voorzover het al mogelijk is kennis te vergaren, want deze is hoe dan ook nooit zeker. De snelste manier om de toekomst te leren kennen is in het heden te leven. En dan nog twijfelen de skeptici. Is wat ik denk te beleven wel wat ik beleef? Dan gauw terug naar de Stoa: de beste manier is je best te doen, om er het beste van te maken.
Dit goed beseffend is het dan nog mogelijk woedend te zijn zodra je niet door de gebeurtenissen op je wensen bediend wordt?
(Hoezo, woedend? Ben ik dat dan ooit?
Zei ik dat dan?)