Noordse en gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia rubicunda en L. pectoralis


De vrouwtjes van deze soorten vormen een heel lastig duo. Als ze piepjong zijn zijn de lichte vlekken op het achterlijf fletsgeel, dan worden ze geel tot diepgeel en later worden ze weer fletser. De kleur van de vlekken zegt niets, behalve dat bij oudere vrouwtjes van de gevlekte de laatste vlek opvallender kan zijn dan de andere vlekken.
De gevlekte is stukken zeldzamer dan de noordse. Er zijn plaatsen waar beide soorten door elkaar heen vliegen, daar kun je ze dus met elkaar vergelijken én je kunt er erg in verwarring raken.

In sommige publicaties, ook van mij, wordt gezegd dat de lichte vlek op segment 2 van het achterlijf van belang is bij de determinatie. Vergeet dat! Die vlek is veel te variabel. Wat overblijft zijn de vlekken op de segmenten 4 t/m 7 (bij alle andere mogelijke kenmerken is nog niets fatsoenlijks gevonden). Dit zijn de verschillen:

1 Bij de noordse neemt de hoogte van de gele vlek 50-80% van de segmentlengte in beslag, bij de gevlekte is dat ongeveer 85-90% van de segmentlengte. Dat kan dus vrijwel gelijk aan elkaar zijn!
2 Bij de noordse zijn de vlekken op 4-5 vaak duidelijk smaller dan de vlekken op 6-7. Bij de gevlekte zijn alle vlekken groot. (De breedte van de vlekken is op foto's soms lastig te beoordelen.)
3 Bij de noordse is de vlek op 7 de breedste vlek van 4-7, bij de gevlekte juist de smalste. Maar het kan heel dicht bij elkaar liggen, zoals de foto's laten zien. 4 Verder heeft de noordse meestal geen lobjes aan het smalle eind van de lichte vlekken en de gevlekte bijna altijd wel.

[foto] [foto]
Leucorrhinia rubicundaLeucorrhinia pectoralis
veel variatie bij de vlekgrootte, klein/groot, smal/breedaltijd grote vlekken





naar andere soorten